Overslaan en naar de inhoud gaan

Over de kerkfabrieken in het algemeen

-  De kerkfabriek (met de samenkomst van de kerkraad of het kerkbestuur) is zoals het gemeentebestuur en het OCMW een openbare instelling die volledig autonoom is.

Ze beslist zelf over de materies die tot haar bevoegdheid behoren en draagt hiervoor ook de verantwoordelijkheid.

- De werking van de kerkfabriek is wel gebonden aan algemene regels zoals openbaarheid van bestuur en de wetgeving op de overheidsopdrachten.

- De organisatie van de kerkfabrieken is in zekere zin uniek omdat ze gekaderd is binnen de relaties en de scheiding van kerk en staat. De interne organisatie van de eredienst is zaak van de kerkgemeenschap zelf en de burgerlijke overheid is niet bevoegd om zich in te laten met religieuze aangelegenheden.

- De kerkfabrieken hebben recht op materiele ondersteuning van de overheid (de gemeentebesturen). De overheid is wettelijk verplicht om de tekorten op de begroting van de kerkfabrieken bij te passen voor exploitatie en bij te dragen in de investeringen in de gebouwen van de eredienst (kerkgebouw).

- In de parochies waar er een pastoor belast is met de eredienst moeten de overheid zorgen voor een woning van de pastoor(s) of voor een woonstvergoeding.

- De federale staat is verplicht om de wedden en de pensioenen van de pastoors ten laste te nemen.

- Daartegenover staat dat de burgerlijke overheid het recht heeft om controle uit te oefenen op de organisatie en de werking van de kerkfabrieken.

- De hogere overheden voorzien ook meerdere subsidies die het mogelijk maken voor de kerkfabrieken om grotere projecten op touw te zetten.

 

Over de werking van de kerkbesturen

- elke volwaardige parochie heeft een plaatselijke kerkbestuur. Alle leden van de kerkbesturen in de gemeente kiezen driejaarlijks ook een centraal kerkbestuur, vooral bevoegd om de plaatselijke kerkbesturen te vertegenwoordigen in hun contacten met de gemeenteljke overheid.

- een plaatselijke kerkbestuur bestaat altijd uit 6 leden: 5 verkozen leden en een door de bisschop aangestelde verantwoordelijke (meestal de pastoor, diaken...).

- de 5 verkozen leden zetelen telkens voor een periode van 6 jaar. Elke drie jaar worden er in de maand januari verkiezingen gehouden en beurtelings worden de leden van de grote helft (3 leden) en van de kleine helft (2 leden) verkozen of her-verkozen. 

- In de maand januari gebeurt er in elke parochie een publieke oproep tot kandidaten voor de vacante plaatsen in de kerkraad: ofwel voor de grote helft (3 leden) ofwel voor de kleine helft (2 leden). Voorwaarden om zich kandidaat te stellen zijn: minstens 18 jaar zijn, katholiek zijn en gedomicilieerd zijn in de gemeente waartoe de kerkfabriek behoort. Kandidaturen dienen schriftelijk gericht te worden aan de door de bisschop aangestelde verantwoordelijke.

- Als de kerkraad na de 3-jaarlijkse verkiezingen weer samengesteld is, verkiezen of herverkiezen de leden in de maand april onder elkaar het mandaat van voorzitter, secretaris en penningmeester. Dit mandaat duurt tot aan de volgende verkiezingen (3 jaar).

- de plaatselijke kerkraad komt zo vaak samen als nodig, maar tenminste 4 keer per jaar. De voorzitter verstuurt tijdig een uitnodiging met de dagorde, de secretaris zorgt voor een duidelijk verslag en de penningmeester geeft uitleg over de financieën. Het verslag gaat ook naar de toezichthoudende overheid (gemeente, bisdom en provinciegoeverneur).

- de wettelijke opdracht van de kerkfabriek bestaat is zorgen voor de materiele voorwaarden opdat een waardige uitoefening van de eredienst mogelijk is. Het is de opdracht van de kerkfabriek om te zorgen voor het onderhoud en de bewaring van de kerk (kerken) van de parochie en voor het beheer van de goederen en geldie die eigendom zijn van de kerkfabriek of die bestemd zijn voor de uitoefening van de eredienst.

Deze opsomming is limitatief en opdrachten zijn territoriaal beperkt tot het grondgebied van de parochie.