GODS AKKER ZIJT GIJ !
                                               Groei in heiligheid ! 

 

In ons bisdom Hasselt hebben we de goede gewoonte om ons voor de programmatie en bezieling van onze activiteiten te laten leiden door een jaarthema dat dan als een rode draad door heel onze jaar-werking loopt. 

Na het diocesane start waar het jaarthema en enkele concrete actiepunten voorgesteld worden, is het aan de plaatselijke ploegen van de pastorale eenheid en het dekenaat en de diocesane diensten om dit jaarthema op een creatieve wijze vorm te geven. 

Het werkjaar 2019-2020 had na nieuwjaar enorm veel te lijden onder de coronacrisis zodat onze bisschop en de diocesane parochieploeg het nuttig geoordeeld hebben om het jaarthema ook in 2020-21 te hernemen, al is het vanuit een ander perspectief...

Zie hieronder de thema-afbeelding en de grote lijnen vastgelegd door onze bisschop Mgr. Hoogmartens.

Voor meer informatie over het jaarthema kan u heel veel vinden op de site van het bisdom Hasselt

 

cover

 

TER INLEIDING OP JAARTHEMA 2020-21

De wereldwijde corona-epidemie gooide heel wat plannen omver. Mensen werden ziek. Families treurden om een dierbare. Economieën stokten. Plots geen verplaatsingen meer, voor sommigen zelfs geen werk. Jong en oud moesten thuisblijven. Thuiswerken werd het nieuwe normaal. Gelukkig groeide een wondere solidariteit, en ook humor en troost. Velen zetten reuze stappen in een digitale wereld. Een exit kwam op gang. Collectief ervaarden we onze kwetsbaarheid. Onrust blijft knagen, niet alleen om corona. Er is ook het blijvend contrast tussen rijkdom en armoede. Staan we voor een nieuwe tijd?

Het is in deze context dat ons bisdom in september ’20 een nieuw werkjaar aanvat. Velen koesteren nog de intense ervaring van de voorbije startdag in de Limburghal in Genk met sterke getuigenissen. We herinneren ons ook het enthousiasme van een studiedag ‘Meewerken aan een missionaire pastoraal’ op 8 oktober jl. Ondertussen ging ook onze pastoraal meer digitaal en groeide in de werkgroep ‘Jaarthema’ het verlangen om het bestaande jaarthema aan te houden. “Er zit immers zoveel meer in”, werd gezegd. Het beantwoordt ook aan actuele noden,
die ons gesignaleerd worden door enkele cultuurfilosofen en pastoraaltheologen én die er na corona niet minder zijn geworden: de Tsjechische theoloog Tomas Halik spreekt zelfs van een eigen ‘kairos’ voor de Kerk door het hele coronagebeuren.

In het voorbije werkjaar 2019-2020 groeide het besef:

- dat een seculiere wereld zich grotendeels heeft losgemaakt van de verwijzing naar het transcendente (cf. o.a. Ignace Verhack, Pleidooi voor een postseculier geloven, Averbode, 2019)

- dat een louter cultuurchristendom niet opgewassen is om een antwoord te bieden op de grote levensvragen van mensen (cf. o.a. Guido Van Heeswijck, Onbeminde gelovigen, Polis, 2019)

- dat bij velen het verlangen leeft naar een toebehoren aan iets dat ons overstijgt, terwijl ze dit niet kunnen omschrijven (cf. o.a. Albert Rouet, Bisschop-emeritus van Poitiers, Croire mais en quoi?, Ed. de l’Atelier, 2019)

- dat de pastorale uitdagingen voor de Kerk groots zijn, tijd zullen vergen en van alle actoren een proces van geloofsverdieping vragen (Christoph Theobald, Urgences pastorales, Bayard, 2017).

Vandaar: een poging om het jaarthema ‘Gods akker zijt gij (1 Kor 3,9) - Groei in heiligheid’ met nieuwe ogen te bekijken, gericht op de specifieke maatschappelijke en pastorale context van vandaag.

Wat staat ons te beleven en te doen?

Wat staat pastoraal verantwoordelijken en christenen tout court te beleven en te doen om Góds(!) akker te worden en zijn heil te “be-tekenen” voor een wereld die
– ook buiten alle coronaperikelen om – tegelijk seculier is en zoekend is geworden.
We dienen daartoe te groeien in heiligheid durfde paus Franciscus te schrijven in ‘Gaudete et exsultate’. Dit kan langs vele wegen en tegelijk heel concreet.

1. Blijven luisteren

luisteren

We zullen moeten blijven luisteren naar het diepere verhaal van medemensen en van elkaar, zoals we dit ook deden op de startdag in Genk (18 september 2019)…, bij het Festival van de Hoop in het onderwijs…, bij de dekenale rondgang (2015-2017) … en bij vele andere lokale en diocesane gelegenheden…, maar ook bij een huisbezoek of toevallige ontmoeting…
In coronatijden gebeurde dit luisteren anders dan gewoonlijk, maar het hoort wezenlijk tot het ‘naar buiten gaan’ van Evangelii Gaudium, waarin Paus Franciscus pleitte voor een Kerk die naar buiten gaat, naar de existentiële periferieën van de mensheid.
Alleen zo kan zij de vruchtbare moeder worden van de zachte en opbouwende vreugde, ook om te evangeliseren. Daarbij kunnen wij als christenen bescheiden en authentiek peilen naar sporen van Gods aanwezigheid in het leven van mensen, jong of oud, ziek of gezond, geleerd of ervaringsdeskundig.
Vanuit onze eigen relatie met Christus leren we dan af en toe geloofwaardig het taboe te doorbreken om God ter sprake te brengen en naar Hem te verwijzen…
Ontmoetingen in vreugde en pijn bieden daartoe altijd nieuwe kansen.
Zo vervullen we onze ‘missie’ tot evangelisering: in het naar buiten gaan naar de ander naderen we ook de intimiteit met God, door Levinas de Ander genoemd.

2. De weg gaan van diaconie en caritas

diaconie

Om een missionaire pastoraal te kunnen dragen hebben we – met de hulp van Gods genade – nood aan een evenwicht tussen woorden en daden.
Eigenlijk onderstelt zulke pastoraal een bescheidenheid en eenvoud van leven, zoals we die vermoeden in de jonge Kerk en zien bij vele missionarissen.
Ze veronderstelt een erkennen van onze eigen armoede en vooral tegelijk een oprechte vriendschap met de mensen in armoede.

Zoals een verantwoordelijke van de Franse Caritas, met tienduizenden vrijwilligers,
ooit zei: “Christelijke caritas onderstelt een échte vriendschapsrelatie en échte wederkerigheid, waardoor de mens in armoede een broer wordt, met wie ik op weg ga. Het gaat daarbij om relatie en solidariteit, maar evenzeer om spiritualiteit en gratuïteit.”
Vandaaruit zullen we als individuele gelovigen en als christelijke gemeenschap opkomen voor gerechtigheid en broederlijkheid en worden we ook een diaconale Kerk. Misschien is diaconie in onze tijd zelfs de belangrijkste weg om ons geloof te beleven en om het door te geven in onze seculiere tijd.
Zo was en is het ook in vele missionaire situaties wereldwijd. Maar ook bij ons is diaconie wezenlijk. Onze inzet voor of relatie met een vluchtelingengezin bijvoorbeeld kan een pastorale eenheid veranderen. In coronatijden hebben ook heel wat zorgenden
door hun inzet heen ook van hun geloof getuigd.

Om onze zorg voor het welzijn van velen vol te houden en om broederlijk te blijven delen is geloofsmotivatie overigens uiterst belangrijk. Tegelijk helpen vluchtelingen en armen ons om ons geloof uit te zuiveren en te verdiepen. “Vergeet de gastvrijheid niet”, zo staat in de Hebreeënbrief; “door haar hebben sommigen zonder het te weten engelen onthaald” (Hebr. 13,2).
Het werd indrukwekkend geïllustreerd door Timothy Schmalz met het bronzen levensgrote beeld op het Sint-Pietersplein van 140 migranten, opeengepakt op een boot. Ze staan voor mensen op de vlucht, in alle tijden.

3. Inzicht verdiepen

inzichit

Het is belangrijk om onze geloofskennis te verdiepen door lectuur en vorming om zo meer inzicht te krijgen in wat er – in de secularisatie die wij beleven – precies aan de hand is en op het spel staat. Het komt erop aan ons in deze seculiere cultuur thuis te voelen en dus in de seculariteit te gaan staan en ons te laten doordríngen van de gegevenheid van alle dingen:

Durven inzien dat de mens zichzélf vaak ten onrechte exclusief op de troon zet.

Geloven dat het leven in de wereld in het teken staat van een toekomst die God voor ons heeft bereid. Het gaat om een toekomst die telkens binnenbreekt (misschien ook doorheen het coronagebeuren…), maar die de wereld overstijgt en inhoudelijk niet zonder ons tot stand komt.
Tegelijk gaat het om een toekomst die ons de hartstocht geeft waardoor een mens zich kan laten meevoeren en dragen.

Onze hartstocht kan en móet ook – zoals we verder nog zullen zien – gevoed worden door de liturgie, door Gods Woord dat ons wil raken, door levende voorbeelden die we zien en door de arme die ons (ook dwingend) interpelleert. Maar ten diepste gaat het voor ons als christen om een geestelijk inzicht: dat we meebouwen aan het Rijk Gods door leerling te worden van Jezus en dat dit ons vervult van de Geest en zo ook van geestdrift.

Het is maar vanuit die centrale ervaring van een toekomst die God ons heeft bereid, dat pastoraal vandaag “missionair” kan worden, maar dan op onze manier, in onze (corona?)-tijd, in onze cultuur.

4. Thuiskomen in Gods Woord

woord

De Bijbel leert ons op een unieke wijze thuis te komen in de geschiedenis die God met ons wil gaan. Vanuit het besef dat God uit de Liefde de wereld geschapen heeft en vanuit de ervaring van zijn Verbond met zijn volk, zullen wij ons leven leren anders te zien. Zelfs onze corona-ervaring is niet zo vreemd voor de Bijbel. Grote en kleine profeten zullen ook óns leren Gods aanwezigheid en liefde te herkennen in alles wat er in ons leven gebeurt. Ook de redding uit zonde en dood, die Jezus ons bracht, en de werkelijkheid van het leven van de Verrezene onder ons, zal maar tot ons doordringen vanuit een verdiepte omgang met de Bijbel.
Deze verdiepte omgang kan persoonlijk opgebouwd worden via lectuur en persoonlijke overweging, maar de ervaring leert dat een gezamenlijke kennismaking met en (contemplerende) verdieping van de Bijbelse cultuur bij uitstek mensen doet groeien in het besef Gods medewerkers, Gods akker te zijn. Zo toch was de ervaring van Pastorale Animatorengroepen of Emmaüsgroepen in ons bisdom. Kunnen wij ook vandaag niet individueel (ook via bijvoorbeeld Kerknet of andere digitale wegen) of in bestaande of nieuwe groepjes groeien in Bijbelse cultuur en inspiratie.

5. Houden van de Kerk en van de liturgie

kerk

De kleine kanten van de Kerk zijn ons onderhand genoegzaam bekend. Haar traagheid ook, en haar zorg om de eenheid te bewaren. Maar tegelijk weten we dat we van haar zo goed als heel ons geloof te danken hebben. Het is daarom belangrijk te houden van de Kerk, die doorheen alles voor ons als een moeder wil worden.
We weten immers dat de Kerk zich voortdurend hernieuwt, zelfs op de delicate punten zoals bijvoorbeeld de grote ethische vraagstukken. Paus Franciscus zet grote stappen om deze vraagstukken op de eerste plaats te leren zien vanuit Gods barmhartigheid voor elke mens. Ook op vlak van de ecologie is ‘Laudato Si’ baanbrekend.

Ook van de liturgie zoals ze nu is, kunnen we leren houden. Ze leidt ons binnen in de diepste mysteries van de Schepping, van het Verbond en van onze Verlossing.
Zelfs vanuit oude versleten boeken zoals het missaal van de jonge gemeenschap van Tibériade, kan ze levend worden en een bron van engagement en vreugdevol geloof.

Het komt erop aan ze te beleven zo dicht mogelijk bij onze thuis, daar waar we de mensen leren kennen in hun gewone doening en daar waar we echt gemeenschap willen worden met andere christenen. In coronatijden hebben we wellicht geleerd hoezeer we zonder die liturgie als christen meer alléén komen te staan.
Digitaal verbonden zijn met anderen biedt eigen kansen. Maar de christelijke gemeenschap werd door de eeuwen heen sacramenteel opgebouwd rond heilige tekenen, waarvan we de diepte pas leren zien door ze samen te beleven.

6. Gebedservaring opdoen

gebedservaring

Om op onze beurt ‘missionair’ te worden en als zodanig ook aanvaard te worden, hebben we nood aan gebedservaring. Ons spreken en ons hele zijn moeten innerlijk coherent zijn. Slechts vanuit Gods Liefde, in gebed ervaren, groeit missie of zending. Jezus zelf bad de psalmen of las uit de Schrift, en zocht een eenzame plaats om bij de Vader te zijn. Bidden is voor moderne mensen absoluut geen evidentie, maar het is wezenlijk om ons ‘leerling’ te kunnen weten en om ons – zoals de apostelen – gezonden te kunnen weten. We hebben gelukkig een leven lang om te groeien in een biddende gesteltenis. Het verlangen om te kunnen bidden is een belangrijke eerste stap en ieder bidt op een eigen wijze. Weten dat ook grote heiligen de ‘nacht’ hebben ervaren in het gebed, moge ons tot troost en aanmoediging zijn. Maar ook voor ons is een leven vanuit gebed met soms kleine Tabor-ervaringen mogelijk. Een pelgrimstocht, een Onzevader, enkele Weesgegroeten, een “Heer ontferm U” of een “Mijn Heer en mijn God” kunnen de basis zijn van heiligheid en van ons Góds akker te weten. God zélf immers wil in ons leven en in onze gemeenschap werkzaam zijn, door zijn Geest die vuur kan brengen.

Besluit

Vanuit deze zes prioriteiten, ooit genoemd op de studienamiddag ‘Meewerken aan een missionaire pastoraal’, kunnen we op een nieuwe en verdiepende wijze kijken naar ons jaarthema ‘Gods akker zijt Gij - Groei in heiligheid’. Het zal ons (lokaal en diocesaan, in pastorale eenheden, dekenaten en diensten) helpen, persoonlijk en gezamenlijk, een missionaire transformatie door te maken waardoor onze gemeenschappen – soms klein, soms groot – oases worden van geloof en solidariteit. Met welke toekomst?

We weten het allemaal niet zo zeker. Sinds het coronagebeuren is er veel onzekerheid gekomen maar we werken wel aan die toekomst, terwijl we weten dat ze in Gods hand ligt. Ook die hand staat op de affiche van ons jaarthema. “Voor mij is het leven Christus”, zo getuigde onlangs met oeverloze vreugde de laatst ingetreden broeder in Tibériade. Wordt Hij ook onze toekomst? Zeker als ook wij groeien in heiligheid en ons Góds akker weten.

Samen met de bisschopsraad en de diocesane diensten,
 

+ Patrick Hoogmartens

 

×